Kansspelen
Sinds jaar en dag worden kansspelen verkocht in de tabaks-/gemaksbranche. Voor de consument is de tabakswinkel de logische plek om kansspelen te kopen.
In de branche worden de producten van de Staatsloterij (staatsloten, oudejaarsloten en Dayzers) en De Lotto (lotto, toto, Lucky Day en krasloten) verkocht. Begin 2010 zal het (uitsluitend bij Primerawinkels) mogelijk zijn om op een zelfgekozen postcode mee te spelen met de Postcodeloterij. De producten van de BankGiro Loterij en de SponsorBingo Loterij worden uitsluitend giraal verkocht en zijn dus niet in de winkel verkrijgbaar. 
Sinds een paar jaar bestaat in een klein aantal winkels de mogelijkheid om te wedden op paardenraces via Scientific Games.
De omzet in kansspelen is in de tabaksbranche aanzienlijk hoger dan in andere branches, zoals boekhandels, het benzinekanaal en het levensmiddelenkanaal. Dit blijkt uit het feit dat de branche met 41% van de verkooppunten 64% van de contante omzet van de Staatsloterij realiseert en bij De Lotto met 42% van de verkooppunten 69% van de contante omzet realiseert.
Alle verkooppunten van de Staatsloterij en De Lotto zijn voorzien van een (online) terminal. Elke organisatie heeft zijn eigen terminal. Bedoeling was dat vanaf september de producten van zowel De Lotto als de Staatsloterij via één gezamenlijke (nieuwe) terminal zouden kunnen worden verkocht. Door technische problemen is dit uitgesteld tot begin 2010. Dit wil overigens niet zeggen dat iedereen die een nieuwe terminal krijgt ook beide producten kan/mag gaan verkopen. Voor wat betreft de bedrijfsvoering blijven beide organisaties gewoon elkaars concurrenten.
Eén terminal betekent in ieder geval ruimtewinst op de toonbank. Aangezien de technologie in de afgelopen jaren niet heeft stil gestaan zal het werken op één terminal met meerdere producten naar verwachting weinig tot geen problemen
opleveren.
Onderzocht wordt nog of de verkoop van kansspelen en tickets via een kassakoppeling kan worden gerealiseerd. Ook hierdoor kan aanzienlijke tijdswinst en kostenbesparing worden gerealiseerd.
De Lotto en de Staatsloterij hebben een tweetal werkgroepen opgericht, één op ketenniveau en één werkgroep van winkeliers om gezamenlijk met hen de implementatie van de terminals tot een goed einde te brengen.
Gokverslaving?
Met betrekking tot het vaak genoemde verslavingsrisico kan worden vastgesteld dat er, ondanks diverse onderzoeken, tot op heden geen bewijzen zijn dat de kansspelen die door de vijf bovengenoemde aanbieders worden verkocht een verslavingsrisico opleveren. In dit verband kan dan ook over 'niet-risicovolle kansspelen' worden gesproken.
Overheidsbeleid
In Nederland zijn kansspelen onderhevig aan een vergunningstelsel. De vergunningen van de Staatsloterij en De Lotto zijn opgenomen in de Wet op de kansspelen (Wok), de overige loterijen hebben een vergunning conform artikel 3 van de Wok.
De vergunningvoorwaarden verschillen per loterij. Zo moet bijvoorbeeld de Staatsloterij tenminste 60% van de inleg gebruiken voor prijzengeld terwijl de loterijen welke onder artikel 3 van de Wet vallen, de goede doelen loterijen, conform hun vergunningvoorwaarden tenminste 50% van hun omzet moeten afdragen aan goede doelen.
Sinds jaar en dag voert Nederland een restrictief kansspelbeleid. Doel hiervan is: "reguleren en beheersen van kansspelen, het tegengaan van kansspelverslaving, het beschermen van de consument en het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit".
De Europese Commissie is van mening dat een aantal bepalingen in de Wet op de kansspelen (Wok) mogelijk onverenigbaar zijn met het grondbeginsel van het vrije dienstenverkeer binnen de Europese Gemeenschap. Nederland zou in strijd handelen met dit beginsel door kansspelen uitsluitend met vergunning toe te laten en deze vergunningen uitsluitend aan Nederlandse bedrijven te gunnen. De minister van Justitie bestrijdt dit standpunt. (Europese) jurisprudentie lijkt tot nu toe in het voordeel van het Nederlandse standpunt te vallen. Wel wordt momenteel gekeken naar de manier waarop de vergunningen worden verleend.
De Wet op de kansspelen (Wok) dateert uit 1964. Sindsdien zijn er vele wijzigingen aangebracht, waardoor de regelgeving inconsistent en minder toegankelijk is geworden en moeilijk te hanteren. Reden voor de minister van Justitie om in 2007 te beginnen met de opzet voor een nieuwe Wok. Op het concept zijn vele reacties binnengekomen. Dit was, samen met de verschillende ontwikkelingen op Europees niveau, reden om het wetsvoorstel nog niet aan de Tweede Kamer aan te bieden. Naar verwachting zal dat nu medio 2012 gebeuren.
Promotionele kansspelen
Naast de bovengenoemde kansspelen worden veelvuldig kansspellen aangeboden voor promotionele doeleinden. In de Wok is hierin niet voorzien. Er geldt een zgn. 'nee, tenzij-regime', dat wil zeggen promotionele kansspelen zijn dus eigenlijk niet toegestaan.
In de Reclamecode Promotionele Kansspelen zijn een aantal voorwaarden opgenomen waaronder wel een kansspel kan worden georganiseerd ter promotie van een bedrijf of product.
Zo is het toegestaan om zonder vergunning en onder bepaalde voorwaarden een 'Klein promotioneel kansspel' te organiseren ter promotie van de eigen winkel of het winkelcentrum. De totale waarde van het prijzenpakket mag dan niet groter zijn dan € 4.500,-. Er mogen voor de deelnemer geen kosten zijn verbonden aan deelname anders dan een postzegel of een telefoongesprek tegen lokaal tarief. Personen onder de zestien jaar zijn van deelname uitgesloten, tenzij zij schriftelijke toestemming van de ouders hebben.
Leeftijdsgrens
Momenteel geldt een leeftijdsgrens van achttien jaar voor deelname aan kansspelen. In het nieuwe wetsvoorstel zal deze leeftijdsgrens naar verwachting worden gehandhaafd. De NSO is van mening dat voor niet-risicovolle kansspelen een leeftijdsgrens zou moeten gelden analoog aan de leeftijdsgrens voor zwakalcoholische dranken en tabak. Dat betekent een minimum leeftijd van zestien jaar voor het verkrijgen van producten van de Staatsloterij, De Lotto en de goede doelen loterijen.
Door de invoering van deze minimumleeftijd wordt het huidige overheidsbeleid consequent doorgevoerd en wordt tevens duidelijkheid gecreëerd voor de consument: in tabakswinkels zijn artikelen verkrijgbaar waarvoor een leeftijdsgrens van zestien jaar geldt.
Ook in het kader van de opleiding van het personeel is één minimumleeftijd voor de verkoop van diverse producten te prefereren boven meerdere leeftijdsgrenzen.
De NSO is tevens van mening dat een leeftijdsgrens van zestien jaar voor niet-risicovolle kansspelproducten beter past bij de maatschappelijke realiteit waarin jongeren van zestien jaar in toenemende mate als jongvolwassenen worden beschouwd. Deze realiteit kwam ook tot uitdrukking bij de bepaling van de leeftijdsgrens voor de aankoop van tabaksproducten en zwakalcoholische dranken.