De verschillende typen tabakswinkels hebben hun eigen, specifieke inrichting. Voor iedere winkel geldt echter dat bij de inrichting rekening moet worden gehouden met drie verschillende ‘functies’: niet alleen moeten de producten en diensten gepresenteerd worden, maar ook moet er ruimte zijn voor opslag van de voorraad en ruimte om in te werken.
Winkel als presentatieruimte
De tabaksdetaillist houdt zich onder meer bezig met:
- Het opbouwen en in voorraad houden van een bepaald assortiment;
- Eén of meer vormen van dienstverlening.
Deze twee elementen zijn samen bepalend voor het totaalbeeld (image) van de zaak. Het is belangrijk dat de tabaksdetaillist een vast, consistent beleid voert. Dit bevordert de herkenbaarheid voor de consument. De buurttabakszaak zal het bijvoorbeeld meer moeten hebben van een kern- en randassortiment met dienstverlening. Dit geeft de winkel tevens een wat gemoedelijk karakter.
Winkel als opslagruimte
In een tabakszaak doet de winkel meestal tevens dienst als opslagruimte voor de voorraad. Voor tabaksartikelen en zoetwaren gelden verschillende voorwaarden met betrekking tot de bewaaromgeving. Tabaksartikelen zijn bijvoorbeeld zeer gevoelig voor vochtigheid en temperatuur. Uit het oogpunt van kwaliteitsbehoud worden er dus hoge eisen gesteld aan de opslagruimte. Daarnaast is het belangrijk dat de voorraad zoveel mogelijk wordt geconcentreerd in één ruimte. Beperk uw voorraad zo veel mogelijk.
Winkel als werkruimte
De winkel is de ‘werkplaats’ van de detaillist. Het is belangrijk dat de verkoophandelingen efficiënt kunnen worden uitgevoerd en dat de klant zich thuis voelt. De klant en de verkoper moeten zich gemakkelijk kunnen bewegen in de zaak. Daarom is een goede bereikbaarheid van veelgevraagde artikelen erg belangrijk.
Elk van de hierboven genoemde winkelfuncties stelt eigen eisen. Vaak zijn deze eisen onderling met elkaar in strijd. Voor de opslag van goederen is het bijvoorbeeld belangrijk dat vakken en wandstellingen volledig worden benut. Hierbij moet er echter wel op worden gelet dat goederen niet boven reikhoogte van de klanten worden opgeslagen. Dit zou voor klanten een belemmering kunnen vormen om iets te kopen.
Daarnaast is de ‘routing’ belangrijk. Dit is de route die de ondernemer als het ware voor zijn klanten in de winkel uitstippelt. Als de ondernemer er in slaagt de klant zo veel mogelijk van de winkel te laten zien, is de kans het grootst dat de klant ook andere producten koopt, dan het product waarvoor hij oorspronkelijk de winkel binnenliep.
Het kan zijn dat een bepaald deel van de winkel bijzonder geschikt is voor een bepaalde presentatie. Tegelijkertijd kan een presentatie op die plaats hinderlijk zijn voor het verkeer in de winkel.
Een winkel inrichten en het presenteren van het assortiment betekent doorgaans dat op een creatieve manier moet worden gezocht naar het beste compromis.