Tabak
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van alle relevante wet- en regelgeving met betrekking tot de verkoop van tabak in de tabaksdetailhandel.
In het kader van de belangenbehartiging volgt de NSO de voor onze branche relevante politieke ontwikkelingen op de voet en worden de leden geïnformeerd.
De tekst in dit hoofdstuk is bijgewerkt tot en met januari 2010. Voor eventuele wijzigingen en actuele aanvullingen raden wij u aan deze website regelmatig te raadplegen en de NSO-Ledenberichten in de gaten te houden.
Tabaksreclame
Onderstaande informatie betreffende tabaksreclame is gebaseerd op de Tabakswet, de Reclamecode voor Tabaksproducten (2002) en de Regeling tabaksreclame in of aan tabaksspeciaalzaken (2007).
De hoofdregel in de Tabakswet is duidelijk: elke vorm van reclame voor tabaksproducten is verboden.
Reclame wordt daarbij gedefinieerd als: "Elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die de bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel of tot gevolg heeft."
Deze hoofdregel kent ook een aantal uitzonderingen. Reclame voor tabaksproducten mag nog wel gemaakt worden gericht op kopers van tabaksproducten:
- in de tabaksspeciaalzaak en aan de voorgevel daarvan;
- in het afgescheiden verkooppunt van warenhuis of supermarkt;
- voor mededelingen uitsluitend bestemd voor de bedrijfstak. Tabaksreclame mag dus wel in het vakblad Tabak & Gemak.
In de tabaksspeciaalzaak mag dus, gericht op kopers van tabaksproducten, wel reclame gemaakt worden voor tabaksproducten. In de Tabakswet wordt de tabaksspeciaalzaak gedefinieerd als: een winkel met een afsluitbare eigen toegang, waarin minstens 90 merken/versies van tabaksproducten verkocht worden en met een vloeroppervlak van minimaal 10 m2.
De VWA heeft bevestigd dat onder deze definitie alle tabaks-/gemakswinkels in Nederland vallen. In het overgrote merendeel van de bij de NSO aangesloten winkels mag dus nog reclame gemaakt worden voor tabaksproducten. Hoe uw winkel heet of hoe uw winkel staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, heeft daar niets mee te maken.
Keuzevrijheid fabrikanten
Of in alle tabaksspeciaalzaken waar tabaksreclame gemaakt mag worden, dat ook daadwerkelijk gebeurt, hangt ook af van de keuze die tabaksfabrikanten maken. Fabrikanten kiezen voor een kwalitatieve omgeving om hun reclame-uitingen te plaatsen. In de praktijk blijkt dat in winkels waar verhoudingsgewijs veel producten worden verkocht die op jongeren gericht zijn (bijvoorbeeld speelgoed) fabrikanten geen reclameuitingen plaatsen.
De vraag of je als winkelier dus tabaksreclame kan voeren in je winkel is niet alleen afhankelijk van de wettelijke bepalingen, maar ook van de keuzes die de tabaksindustrie maakt.
Fabrikanten gaan hier verschillend mee om. Een detaillist kan van de ene vertegenwoordiger te horen krijgen dat er in zijn winkel geen tabaksreclame meer gemaakt mag worden, terwijl een vertegenwoordiger van een andere fabrikant hier geen probleem ziet.
Krijgt u op dit punt verschillende berichten van tabaksfabrikanten, vraag dan naar de motivatie van de fabrikant en neem daarover met de NSO contact op!
Reclamecode voor Tabaksproducten (RvT)
Waar nog reclame voor tabaksproducten gemaakt mag worden, moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden:
- tabaksreclame mag uitsluitend gericht zijn op de koper van tabaksproducten;
- tabaksreclame mag niet op minderjarigen gericht zijn;
- tabaksreclame mag aan de gevel van een tabaksspeciaalzaak niet meer dan maximaal 2m2 bedragen;
- tabaksreclame moet in overeenstemming zijn met de Reclamecode voor Tabaksproducten (RvT).
Aan de Reclamecode voor Tabaksproducten zijn alle tabakswinkeliers gehouden, ook diegenen die (nog) geen lid zijn van de NSO.
In de Code is onder meer opgenomen:
- dat reclame voor tabaksproducten voorzien moet zijn van de waarschuwing 'Roken is dodelijk';
- dat deze waarschuwing 15% van het oppervlak moet beslaan;
- dat de waarschuwingstekst niet hoeft op reclame op de inventaris.
Onder inventaris vallen alle zaken die een vast en permanent onderdeel uitmaken van uw winkelinrichting. Dit zijn: toonbank, koven en verkoopstellingen. Als daar tabaksreclame op is aangebracht, hoeft deze niet voorzien te zijn van een waarschuwingstekst.
Alle andere reclamedragers in uw winkel moeten voorzien zijn van de waarschuwingstekst 'Roken is dodelijk' ter grootte van 15% van het oppervlak van de reclame-uiting. De waarschuwingstekst moet bijvoorbeeld ook aangebracht zijn op asbakken met merkreclame in uw winkel.
Bovenstaande bepalingen over reclame gelden alleen voor tabaksproducten. Voor rokersbenodigdheden als aanstekers, hulzen en vloei, mag nog wel reclame gemaakt worden.
Tabaksreclame mag alleen nog maar gemaakt worden in uw winkel. U mag dus geen items (aanstekers, luciferdoosjes, tasjes) aan uw klanten meegeven waarop reclame wordt gemaakt voor tabaksproducten.
Tabaksreclame in de winkel
Voor het plaatsen van tabaksreclame in een tabaksspeciaalzaak wordt een onderscheid gemaakt tussen winkels met een verkoopvloeroppervlak (vvo) tot 120 m2 en grotere winkels.
In een tabaksspeciaalzaak met een groter verkoopvloeroppervlak dan 120 m2 is het tonen van tabaksreclame alleen toegestaan:
- in of aan het schap van waaruit de rookwaren verkocht worden, en
- binnen een straal van vijf meter vanaf het rookwarenschap, en
- op en in de directe nabijheid van de toonbank.
In een tabaksspeciaalzaak met een vvo van minder dan 120 m2 is tabaksreclame binnen de gehele winkel toegestaan.
In alle gevallen (winkel groter of kleiner vvo dan 120 m2) geldt dat:
- tabaksreclame niet geplaatst mag worden in de directe omgeving van productgroepen die met name aantrekkelijk zijn voor jongeren onder de zestien;
- tabaksreclame niet bevestigd mag zijn op of aan dispensers van niet-tabaksproducten, verrijdbare rekken met bijvoorbeeld wenskaarten of manden met bijvoorbeeld zoetwaren en speciaal voor de verkoop van tijdschriften ontworpen kasten. Tabaksreclame in de vaste koven boven de vaste tijdschriftenwand is toegestaan;
- tabaksreclame in de winkel niet zodanig geplaatst mag worden dat het de kennelijke bedoeling is dat deze ook buiten de winkel zichtbaar is. Het enkele feit dat in voorkomende gevallen in de winkel geplaatste tabaksreclame ook buiten de winkel zichtbaar is, is niet altijd te vermijden.
Historisch materiaal van tabaksmerken die niet meer in de handel zijn, kunnen worden gebruikt voor de aankleding van de winkel.
Gevelreclame
Een consument moet kunnen zien, als hij door een winkelstraat of -centrum loopt, waar een tabakswinkel gelokaliseerd is. Daarom mag aan de gevel van een tabaksspeciaalzaak reclame gemaakt worden voor tabaksproducten. Bijvoorbeeld door middel van een lichtbak of reclamebord. Deze reclame mag niet groter zijn dan 2 m2. Ook als de winkel in een hoekpand gevestigd is, of een voor- én achteringang heeft, geldt de maximale omvang van 2 m2. De gevelreclame moet ook voorzien zijn van een waarschuwingstekst van minimaal 15% van het totaaloppervlak.
In de praktijk kan discussie ontstaan over een uiting van tabaksreclame wel of niet groter is dan 2 m2. In overleg tussen NSO en de VWA is hierover afgesproken dat ter bepaling van de oppervlakte van de reclame-uiting alleen de reclame-uiting zelf geldt. Dat is dan de feitelijke afbeelding van het merk, merklogo of merknaam en de daarbij behorende gezondheidswaarschuwing.
Het komt voor dat het niet is toegestaan aan de buitengevel van een winkelpand reclame te voeren. Bijvoorbeeld op basis van gemeentelijke verordeningen of andere wettelijke bepalingen, dan wel bindende afspraken inzake buitenaanzicht van het betreffende winkelpand.
In die gevallen is het toegestaan tabaksreclame in de etalage - of bij afwezigheid van een etalage, achter de winkelruit - aan te brengen tot een maximum van 2 m2.
Daarbij is het niet toegestaan tabaksreclame deels aan de voorgevel én deels binnen in de etalage dan wel achter de winkelruit aan te brengen.
Dus óf buiten, óf binnen.
De etalage
Een etalage heeft de functie om een potentiële klant die al voor de winkel staat, een indruk te geven van welke producten hij of zij in de winkel kan aantreffen. In de etalage mogen dus tabaksproducten uitgestald worden zoals die in de winkel verkrijgbaar zijn.
Dit dient te geschieden in een redelijke afspiegeling van het assortiment zoals in de betreffende winkel verkocht wordt. Dus geen presentatie waardoor één of enkele producten onevenredig veel aandacht krijgen. Maar aan de andere kant is er geen verplichting om van alle merkenversies die verkocht worden een exemplaar in de etalage te tonen.
In de etalage van een tabaksspeciaalzaak mogen geen attributen met merkreclame voor tabaksproducten geplaatst zijn. Dus geen tabaksreclame in de etalage! Behalve in de situatie zoals hierboven beschreven dat de toegestane 2 m2 gevelreclame in de etalage geplaatst wordt.
In de etalage mogen wel attributen geplaatst worden waarmee verwezen wordt naar het assortiment van de betreffende winkel. Bijvoorbeeld neutraal etalagemateriaal met verschillende sigarenmodellen, tabaksbladeren of foto's van tabaksplantages. Dit mag geen verkapte merkreclame zijn door het gebruik van specifieke kleuren, symbolen of andere onderscheidende tekens.
Reclame voor winkel wel toegestaan
Voor de tabaksspeciaalzaak zelf mag wel reclame gemaakt worden. Bijvoorbeeld in huis-aan-huisbladen of op internet. Maar reclame voor de winkel mag geen directe of indirecte vorm van tabaksreclame zijn.
Reclame voor de winkel waarin gewezen wordt op de locatie van de winkel, de inrichting van de winkel en/of het vakmanschap van de ondernemer is toegestaan, tenzij dit een wervend of aanprijzend karakter heeft voor wat betreft de tabaksartikelen.
Met betrekking tot het assortiment rookwaren is slechts toegestaan de neutrale vermelding dat men tabak c.q. rookwaren verkoopt of sigaretten, shag en sigaren. Wat bijvoorbeeld niet mag is een vermelding als: de beste keuze, of het grootste assortiment.
Overige verkooppunten
In supermarkten en benzineshops mogen wel tabaksproducten verkocht worden, maar op die verkooppunten mag geen reclame meer gemaakt worden voor tabaksproducten (tenzij sprake is van een afgesloten verkooppunt voor tabaksproducten).
Dat betekent dat op die verkooppunten alleen is toegestaan de reguliere presentatie van tabaksproducten. Onder reguliere presentatie wordt dan verstaan: in gesloten verpakking, tegen een neutrale achtergrond en met een normale prijsaanduiding. Dus geen displays of andere opvallende presentatie van een enkel merk.
Open presentatie
In de winkel is een open presentatie van sigaren en kerftabak toegestaan. Niet van sigaretten. Dit geldt voor maximaal één open verpakking per merk. In de winkel mag je de klant laten voelen en ruiken. Of de klant in de winkel ook mag roken, hangt er vanaf of de betreffende ondernemer personeel in dienst heeft.
Roken in de tabaks- en gemakswinkel
Tot 1 juli 2008 gold een vrijstelling voor de tabaksdetailhandel m.b.t. "het recht op een rookvrije werkplek". Dat betekende dat roken in de tabaksspeciaalzaak was toegestaan. Met de invoering van de rookvrije horeca per 1 juli 2008 is ook deze vrijstelling geschrapt. Vanaf 1 juli 2008 geldt dat ook ondernemers in de tabaksdetailhandel wettelijke verplicht zijn er voor te zorgen dat hun personeel niet aan tabaksrook wordt blootgesteld. Dat betekent dat in tabaks- en gemakswinkels met personeel niet mag worden gerookt. Ook niet als al het personeel een vrije dag heeft en de eigenaar alleen in de winkel staat. Er mag ook niet gerookt worden in de algemene ruimtes (gangen, trappen, keuken), al-leen in een speciaal daartoe aangewezen rookruimte. Deze rookruimte moet als zodanig herkenbaar zijn (dus door middel van een bordje rookruimte) en moet afsluitbaar zijn.
In een tabaks- en gemakswinkel zonder personeel mag wel worden gerookt, door zowel de ondernemer als de klant.
Huismerk
Belangrijk bij het voeren van een eigen huismerk is dat huismerk- en winkeluitstraling niet gelijk mogen zijn. Dit om te voorkomen dat je met de uitstraling/promotie van je winkel tegelijkertijd reclame zou maken voor een tabaksproduct dat een zelfde uitstraling heeft.
Een huismerk mag wel verkocht worden onder dezelfde naam als de winkel of de keten-naam, maar moet er anders uitzien. Dus een andere vormgeving, ander lettertype, ander logo en ander kleurgebruik.
Belangrijk is ook dat, als je als winkelier een eigen huismerk voert, je door de wetgever voor dat product als fabrikant gezien wordt. Ga je als winkelier met je huismerk in de fout, loop je het risico voor hoge boetes (zie ook onder het kopje handhaving en boetes).
Tot slot geldt dat de verpakkingen van een huismerk aan dezelfde verpakkingseisen met waarschuwingsteksten moeten voldoen (zie ook onder 'scherpere productregulering' en 'waarschuwingsteksten').
Leeftijdsgrens
Het is verboden om tabaksproducten te verkopen aan personen van wie niet is vastgesteld dat deze zestien jaar of ouder zijn.
De Tabakswet schrijft voor dat de verkoper een vergewisplicht heeft. De verkoper moet vaststellen dat de koper van tabak zestien jaar of ouder is. Deze vaststelling kan alleen achterwege blijven als de klant onmiskenbaar zestien jaar of ouder is.
Op handhaving van de leeftijdsgrens wordt gecontroleerd door ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Indien een overtreding wordt geconstateerd riskeert de verkoper een boete van € 450,-. Let op: voor het vaststellen van een overtreding is de leeftijd van de klant niet relevant. Iemand kan bijvoorbeeld
negentien jaar oud zijn, maar in de ogen van de VWA-controleur niet "onmiskenbaar zestien jaar of ouder". Ook dan kunt u een boete krijgen!
Vraag dus altijd om een legitimatiebewijs. Behalve als u zeker weet dat de klant zestien jaar of ouder is. Een legitimatiebewijs is: een geldig paspoort, een identiteitskaart, een vreemdelingendocument of een rijbewijs. Dus niet een OV-studentenkaart of bromfiets-certificaat.
Ook mag geen verkoop van tabaksproducten plaatsvinden aan personen boven zestien jaar die de kennelijke bedoeling hebben dit aan jongeren door te verkopen. Als bijvoorbeeld iemand ouder dan zestien jaar in de winkel staat waarvan duidelijk is dat hij of zij de bedoeling heeft de tabaksproducten door te verkopen aan jongeren onder de zestien jaar (bijvoorbeeld op een nabij gelegen schoolplein), mag de tabakswinkelier aan deze 'oudere' geen tabaksproducten verkopen.
In de winkel moet duidelijk met stickers worden aangegeven dat er geen tabaksproducten worden verkocht onder de zestien jaar. Deze stickers zijn voor leden verkrijgbaar bij de NSO en moeten bevestigd worden aan de voordeur, op het rookwarenschap en bij de kassa's.
Automatenverkoop
Tabaksautomaten moeten vergrendeld zijn. Alleen voor rokers ouder dan zestien jaar mag een automaat ontgrendeld worden. Aan de wijze van ontgrendeling zijn geen eisen gesteld. Eigenaren/exploitanten van een tabaksautomaat mogen zelf bepalen hoe zij de leeftijd controleren van rokers die sigaretten uit zo'n automaat willen halen.
Buitenautomaten zijn verboden. Naast het feit dat automaten op slot moeten, moeten zij altijd binnen én onder toezicht van personeel geplaatst zijn. Dus niet in een toiletruimte of garderobe waar geen toezicht is.
De Landelijke Belangenvereniging van Tabaksdistributeurs (LBT-Nederland) is de overkoepelende organisatie van tabaksautomatenexploitanten. Voor meer informatie over automatenverkoop kunt u LBT-Nederland bellen: (070) 315.34.46.
Internetverkoop
Het is toegestaan via internet tabak te verkopen. Er moet echter wel op gelet worden dat bij de verkoop via internet de correcte accijnsafdracht plaatsvindt. Websites die de accijnswetgeving (proberen te) ontduiken, worden door de douane gecontroleerd en vervolgd. Ook de invoer van tabakswaren wordt, in samenwerking met TNT Post, streng gecontroleerd.
Een ondernemer in Nederland mag ook tabaksproducten verkopen aan consumenten in het buitenland. De klant in het buitenland moet dan echter altijd de tabaksproducten invoeren en de voor dat land geldende accijnzen betalen. Wanneer de ontvanger dit niet doet, kunnen de tabaksproducten door de douane van het ontvangende land in beslag worden genomen. De accijnzen die betaald zijn in Nederland kunnen niet terug worden gevorderd.
Verkoopbeperkingen
Rookwaren mogen gewoon verkocht worden op de bekende verkooppunten, zoals: tabakswinkels, supermarkten, benzineshops en in de horeca.
Wel heeft de overheid een aantal verkoopbeperkingen ingesteld. Zo mag er geen verkoop aan personen onder de zestien jaar plaatsvinden en mag geen gratis verstrekking van rookwaren plaatsvinden.
Het is verboden om rookwaren te verkopen in overheidsinstellingen en -bedrijven. Ook geldt een verkoopverbod van tabak voor instellingen die het algemene belang dienen zoals ziekenhuizen, sportaccommodaties, jeugdhonken, bibliotheken en scholen. Ook de verkoop via sigarettenautomaten is daar verboden.
Assortimentsbeperkingen
In de huidige wet- en regelgeving is geen sprake van een beperking van het assortiment. Wel is duidelijk dat om reclame voor tabaksproducten te mogen maken in de tabaksspeciaalzaak minstens 90 merken/versies tabaksproducten gevoerd moeten worden.
De Tabakswet biedt echter de minister van VWS in de toekomst de mogelijkheid om artikelen aan te wijzen die niet meer in een tabaksspeciaalzaak verkocht mogen worden. Dit zouden dan producten kunnen zijn die voornamelijk op jongeren gericht zijn. Van belang is dat ondernemers in de tabaksdetailhandel geen reclame- of marketingactiviteiten ondernemen speciaal gericht op jongeren. Zodat er voor de overheid geen aanleiding is om tot een assortimentsbeperking over te gaan.
Scherpere productregulering
Sigaretten mogen alleen in verpakkingen van minstens negentien stuks verkocht worden. Daarop geldt alleen een uitzondering voor Indonesische Kretek sigaretten. Die mogen in kleinere verpakkingseenheden worden verkocht.
Sigaretten en shag mogen alleen in gesloten verpakking verkocht worden.
Sigaren en pijptabak mogen in open verpakking worden verkocht, mits de verpakking wel volledig gevuld is.
Het Aanduidingenbesluit Tabaksproducten schrijft voor dat op verpakkingen van sigaretten en shag de hoeveelheid teer en nicotine vermeld moet worden. Op sigarettenverpakkingen moet ook de hoeveelheid koolmonoxide vermeld worden.
Verbod op descriptors
Het is verboden op de verpakking van tabaksproducten teksten, namen, handelsmerken en figuratieve of andere tekens (descriptors) te gebruiken, die de suggestie wekken dat een bepaald tabaksproduct minder schadelijk is dan een ander tabaksproduct.
Waarschuwingsteksten
Op de voorzijde van verpakkingen van alle tabaksproducten moet een algemene waarschuwingstekst zijn aangebracht: "Roken is dodelijk" of "Roken brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe". Daarbij moet op de achterzijde van de verpakkingen 1 van de 14 bijkomende waarschuwingsteksten worden vermeld. Deze waarschuwingsteksten moeten op sigarettenpakjes 30% van de voorkant beslaan en 40% van de achterkant.
Ook op slofverpakkingen die aan consumenten (kunnen) worden verkocht moeten waarschuwingsteksten staan van 30% en 40% (sigaretten).
Op sigarenverpakkingen moeten de waarschuwingsteksten 30% van de voorkant beslaan en 40% van de achterkant. Op verpakkingen groter dan 75 cm2 geldt een maximale omvang van 22,5 cm2 op de voorkant én 22,5 cm2 op de achterkant.
Sigarentubes die bedoeld zijn om per stuk te worden verkocht (d.w.z. waarin de sigaren individueel van een accijnszegel zijn voorzien) moeten ook van 2 waarschuwingsteksten zijn voorzien.
Liggen de tubes in een kist - en is die kist van een accijnszegel voorzien - dan is de kist (en niet de individuele tubes) bedoeld om als geheel te worden verkocht en moet de kist - en dus niet de tubes - van waarschuwingen zijn voorzien. Hou daarbij in de gaten dat als alleen de kist van een zegel is voorzien, alle sigaren ten alle tijde in die kist aanwezig moeten zijn.
Losse sigaren die niet in een tube zitten - maar wel per stuk van een accijnszegel zijn voorzien - mogen per stuk worden verkocht zonder dat zij van waarschuwingen zijn voorzien. De wet schrijft voor dat gezondheidswaarschuwingen op de verpakking worden aangebracht. Deze sigaren zijn niet verpakt (anders dan de kist waarin ze zitten en die dus van waarschuwingsteksten voorzien moet zijn).
U bent als detaillist niet verplicht de verpakkingen zodanig in uw winkel te plaatsen dat de waarschuwingsteksten zichtbaar zijn voor de consument.
Verantwoordelijkheid
Het ministerie van VWS legt de verantwoordelijkheid van de uitvoering van de diverse regels richting de consument nadrukkelijk bij de winkelier. De winkelier is verantwoordelijk voor de producten die hij in zijn winkel verkoopt. Het is dus zaak als detaillist goed op te letten wat u in het schap heeft liggen.
Handhaving en boetes
Groepen van consumenten (bijvoorbeeld: Stivoro, Clean Air Nederland en de Consumentenbond) kunnen een klacht indienen bij de rechtbank van Rotterdam. Dat kunnen ze doen als ze bijvoorbeeld in een tabakswinkel een overtreding van de regels menen te constateren.
Vanouds kunnen tegen onrechtmatige reclame-uitingen eveneens klachten worden ingediend bij de Reclamecode Commissie. Ook de controleurs van de VWA trekken door het land om de regelgeving te handhaven.
Een overtreding van de Tabakswet kan bestraft worden met een bestuurlijke boete. Deze kan voor industrie, groothandel of importeur oplopen tot maximaal € 450.000,-.
Een winkelier kan een maximale boete krijgen van € 4.500,-. Nu is het niet zo dat, ingeval van overtreding van de reclameregels, direct maximale boetes zullen worden opgelegd. Veelal krijgt men eerst een waarschuwing en twee weken de tijd om de kennelijke overtreding te herstellen. Indien men volhardt in het overtreden van de reclameregels loopt men het risico van de maximale boete. Een directe boete is echter niet uitgesloten, zeker niet bij verkoop van tabaksproducten aan personen onder de zestien jaar.
Hierbij moet ook bedacht worden dat een detaillist met een eigen huismerk als fabrikant wordt beschouwd. Gaat men dus met het huismerk in de fout, loopt men kans op de hoge boete!
VWA-controles
Op de naleving van de Tabakswet wordt gecontroleerd door de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Wat moet u doen als u controle krijgt:
- vraag om een visitekaartje (kunt u behouden) én om een legitimatiebewijs (zie voorbeeld op deze website);
- als u een waarschuwing krijgt, vraag dan waarop die waarschuwing gebaseerd is en vraag om een schriftelijke bevestiging en motivatie van de waarschuwing;
- als u controle hebt gehad, meld het altijd de NSO!