De markt

De tabaks-/gemakswinkel richt zich op een breed publiek. De potentiële markt wordt gevormd door de inwoners van Nederland. Hieronder worden gegevens per hoofd van de bevolking of voor de gehele bevolking gegeven, dit om meer inzicht te geven in de omvang van de markt.

Peildatum Aantal inwoners
2005 16.305.526
2006 16.334.210
2007 16.357.992
2008 16.405.399
2009 16.485.787
2010 16.574.989
2011* 16.654.979

 

 

 

 

 

 

 

 

Leeftijdsopbouw x 1000
(per 1 januari)

Leeftijd 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011*
jonger dan 20 jaar 3.988 3.975 3.957 3.940 3.933 3.928 3.913
20 tot 65 jaar 10.029 10.028 10.032 10.050 10.080 10.108 10.146
65 jaar en ouder 2.288 2.330 2.368 2.414 2.471 2.583 2.594

 *zijn voorlopige cijfers


Gemiddeld aantal inwoners
(gebruikt als rekeneenheid voor gemiddelden)

2005 16.300.000
2006 16.340.000
2007 16.355.000
2008 16.430.000
2009 16.485.000
2010 16.570.000
2011* 16.650.000

Aantal huishoudens en gemiddelde huishoudgrootte in Nederland per 1 januari 2011 ( x 1.000)

Peildatum Eenpersoons
huishoudens
Meerpersoons
huishoudens
Totaal
Huishoudens
Gemiddelde
huishoudgrootte
2004 2.424 4.625 7.049 2,28
2005 2.449 4.642 7.091 2,27
2006 2.502 4.644 7.146 2,26
2007 2.537 4.654 7.190 2,25
2008 2.571 4.671 7.242 2,24
2009 2.619 4.693 7.313 2,23
2010 2.669 4.717 7.386 2,22

Prognoses
Bevolkingsomvang
De prognose of voorspelling van de omvang van de bevolking is gebaseerd op veronderstellingen over de ontwikkeling van het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt, de levensverwachting en het migratiesaldo in de toekomst. Verwacht wordt dat de bevolkingsomvang van Nederland blijft groeien, maar dat het tempo van de groei zal afnemen. Rond 2038 zal de de maximale omvang van ongeveer 17,5 miljoen worden bereikt. Daarna zal de omvang van de bevolking naar verwachting licht afnemen. Vrouwen zullen ook op de lange termijn namelijk gemiddeld minder dan twee kinderen krijgen, het aantal dat nodig is om een bevolking getalsmatig in stand te houden. Hoewel er waarschijnlijk meer mensen naar Nederland zullen komen dan er vertrekken, zal dit onvoldoende zijn om de afname van de bevolking te compenseren.

Leeftijdssamenstelling
Naast de bevolkingsomvang zal ook de bevolkingsstructuur in de toekomst veranderen. Tussen 2000 en 2050 zal het aantal mensen tussen de 25 en 50 jaar, een belangrijk deel van de beroepsbevolking, afnemen. De groep ouderen zal als gevolg van de vergrijzing juist toenemen. Dit betekent dat de demografische druk, de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden, in 2050 aanzienlijk hoger is dan in 2000.

Prijsontwikkeling

Totale consumentenprijsindex alle huishoudens (CPI) 2006=100

2006 100
2007 101,61
2008 104,14
2009 105,38
2010 106.72

Consumentenprijzen
De inflatie in Nederland wordt gemeten als de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) ten opzichte van de overeenkomstige periode in het voorgaande jaar. De consumentenprijsindex geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door de Nederlandse huishoudens.

Inflatie stijgt licht 

 
Bron:
NSO brancheorganisatie voor de tabaksdetailhandel
CBS bevolkingsstatistieken