Verwerking per 20 mei jl. onverkoopbare tabaksproducten

30 juni 2017

Tabaksproducten die niet TPD2-proof zijn mag u sinds 20 mei jl. niet meer verkopen (behoudens die sigarenverpakkingen die u van een nieuwe waarschuwingssticker mocht voorzien). Hierover bent u het afgelopen jaar uitvoering geïnformeerd door de NSO.
Bij een eventuele restvoorraad onverkoopbare tabaksproducten spelen drie componenten: BTW, Accijns en netto inkoopwaarde.

BTW
De BTW heeft u betaalt direct bij de inkoop en verrekend bij de eerstvolgende (maand- of kwartaal) aangifte. Dat speelt nu geen rol meer.

Accijns
U kunt ervoor kiezen uw onverkoopbare voorraad tabaksproducten voor vernietiging aan te bieden bij de Belastingdienst. Zie hierover de eerdere informatie van de NSO.
U krijgt dan de accijnswaarde over de producten terug. Het ontvangstbewijs wat u hierbij krijgt is dan tevens de basis om de netto inkoopwaarde als onverkoopbaar product in uw jaarrekening 2017 op te nemen.

Netto inkoopwaarde
Pas eind juni heeft de NSO antwoord ontvangen van de Belastingdienst op de vraag hoe onverkoopbare tabaksproducten administratief te verwerken. In dit antwoord gaat de Belastingdienst uit van de eerder door de NSO opgestelde werkwijze (deze volgt u dus alleen als u de producten niet voor vernietiging hebt aangeboden):
1. Leg vast in een Excel-bestand om welke producten het gaat.
Hanteer daarbij de volgende vier kolommen: aantal, productomschrijving, inkoopprijs per verpakkingseenheid, inkoopprijs totaal.
2. Tel het totaal aan inkoopprijs op en vermeld dit eindbedrag in het Excel-document.
3. Dit totaalbedrag mag u als onverkoopbare voorraad opnemen in uw jaarrekening over 2017.
4. Dateer dit Excel-document en plaats daarop uw handtekening.
5. Bewaar dit document bij uw financiële stukken over 2017.
Ga daarbij dus uit van de inkoopwaarde inclusief accijns en ex. BTW.
Laat u uw administratie verzorgen door een extern adviseur, kunt u ook de verkoopwaarde van de resterende producten aan hem/haar doorgeven. Uw adviseur berekend dan de inkoopwaarde van de onverkoopbare producten en verwerkt deze in uw administratie.

De Belastingdienst geeft geen algemeen akkoord op deze werkwijze. Zij geven aan dat een ondernemer aannemelijk moet maken dat bedoelde producten inderdaad op 20 mei aanwezig waren, uit de handel zijn genomen en terecht worden afgewaardeerd. Hierbij geldt het beginsel van de vrije bewijsleer. Dat betekent dat de winkelier in beginsel vrij is in het leveren van het bewijs om de afwaardering aannemelijk te maken.
Als dat – bij de uiteindelijke aangifte over 2017 - leidt tot een verschil van inzicht tussen ondernemer en Belastinginspecteur, zal uiteindelijk de rechter daarover een oordeel moeten vellen. Een beoordeling van de individuele aangifte zal onder meer afhangen van de kwaliteit van de (voorraad)administratie.
De Belastingdienst stelt dat zij op voorhand alleen een methodiek kunnen goedkeuren indien er een – van de winkelier onafhankelijke – derde betrokken is bij de vastlegging van de onverkoopbare voorraad.
Kortom, ook al is er geen algehele garantie dat de Belastingdienst hiermee akkoord is, adviseert de NSO u te handelen conform de hiervoor beschreven werkwijze. Bewaar daarbij de onverkoopbare producten in een aparte, afgesloten doos. Officieel geldt een bewaartermijn van 7 jaar.